Wanneer krijg je geen VOG in de zorg? Alles wat je moet weten
Kort antwoord: een VOG in de zorg wordt geweigerd als Justis in jouw strafrechtelijke verleden strafbare feiten vindt die een risico vormen voor de specifieke zorgfunctie waarvoor je solliciteert. Denk aan geweld- of zedendelicten, diefstal of drugsgebruik. Maar het is lang niet zwart-wit: een strafblad betekent niet automatisch een weigering. Justis maakt altijd een individuele afweging. In dit artikel leggen we precies uit wanneer je geen VOG krijgt in de zorg, welk screeningsprofiel van toepassing is, hoe de beoordeling werkt en wat je kunt doen als jouw aanvraag wordt afgewezen.
Waarom is de VOG zo belangrijk in de zorg?
Werken in de zorg betekent werken met mensen die kwetsbaar zijn. Ouderen, mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking, of patiënten die tijdelijk afhankelijk zijn van jouw hulp. Die afhankelijkheid maakt de zorgrelatie bijzonder — en tegelijk gevoelig voor misbruik. Precies daarom stelt de overheid strenge eisen aan wie er in de zorg mag werken.
Een aantal soorten zorginstellingen is wettelijk verplicht om een recente VOG van hun personeel op te vragen. Die verplichting geldt voor instellingen die zorg verlenen uit de Wet langdurige zorg (Wlz), en voor instellingen die geestelijke gezondheidszorg verlenen die onder de zorgverzekering valt en waar cliënten overnachten. Andere zorginstellingen zijn niet wettelijk verplicht een VOG te vragen, maar kunnen dit wel doen op basis van de vergewisplicht. Volgens de vergewisplicht zijn zorginstellingen namelijk verplicht te onderzoeken of een nieuwe medewerker geschikt is om zorg te verlenen.
In de zorgsector is wettelijk vastgesteld dat een VOG van nieuwe medewerkers niet ouder mag zijn dan drie maanden. De verklaring is namelijk een momentopname: ze zegt iets over de periode vóór de afgiftedatum.
Welk screeningsprofiel geldt in de zorg?
Voordat Justis een VOG beoordeelt, kijkt de organisatie naar het zogenaamde screeningsprofiel. Jouw werkgever of organisatie geeft bij de start van de VOG-aanvraag aan waarop je gescreend moet worden — het ‘screeningsprofiel’. Justis gebruikt dit profiel om te beoordelen of eventuele strafbare feiten op jouw naam een belemmering zijn voor de functie of het doel waarvoor je de VOG aanvraagt.
Onder het screeningsprofiel “gezondheidszorg en welzijn van mens en dier” vallen zowel beroepen in de intramurale als de extramurale zorg. Functionarissen in dit screeningsprofiel zijn belast met de zorg voor personen en kunnen in een één-op-één relatie komen te verkeren met degenen die aan hun zorg zijn toevertrouwd.
Voor het screeningsprofiel ‘gezondheidszorg en welzijn van mens en dier‘ wordt rekening gehouden met risico’s als misbruik van de (tijdelijke) afhankelijkheid, zeden- en geweldsdelicten, diefstal, oneigenlijk of onjuist gebruik van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en systemen waarin vertrouwelijke en gevoelige gegevens zijn opgeslagen.
Naast screeningsprofiel 45 (gezondheidszorg) kunnen ook de functieaspecten 84 en 85 van toepassing zijn. Functieaspect 84 staat voor het belast zijn met de zorg voor minderjarigen, en 85 voor het belast zijn met de zorg voor hulpbehoevende personen, zoals ouderen en gehandicapten. Het risicogebied ‘personen’ heeft tot doel de kwetsbaren in de samenleving te beschermen.
In dit screeningsprofiel kijkt men naar alle aspecten die voor kwetsbare personen een risico kunnen vormen. Die kwetsbare personen kunnen bijvoorbeeld baby’s, ouderen of andere hulpbehoevende personen zijn. Tijdens de screening wordt er vooral gekeken naar strafbare feiten als geweld- en/of zedendelicten, diefstal, drugs, afpersing en chantage.
Wanneer krijg je geen VOG in de zorg? De concrete weigeringsgronden
Dit is de kernvraag. Wanneer krijg je nou daadwerkelijk geen VOG in de zorg? Er zijn een aantal situaties waarbij de kans op weigering aanzienlijk is. Justis doorloopt altijd twee stappen: het objectieve criterium en het subjectieve criterium.
Het objectieve criterium: staat het feit in het systeem?
Is er sprake van een strafbaar feit? Dan kijkt Justis eerst naar de terugkijktermijn — de periode waarover Justis terugkijkt in jouw strafrechtelijke verleden. Hoelang die termijn is, hangt onder andere af van de functie. Daarna wordt gekeken of de strafbare feiten van belang zijn voor de functie of het doel waarvoor de VOG is aangevraagd.
Concreet: voor de zorg zijn de volgende strafbare feiten het meest problematisch:
- Zedendelicten – dit zijn de meest ingrijpende weigeringsgronden in de zorg. Een zedendelict beïnvloedt de mogelijkheid om een VOG te verkrijgen, waarbij een onbeperkte terugkijktermijn geldt.
- Geweldsdelicten – mishandeling, bedreiging of zware geweldsdelicten zijn in een zorgsetting met afhankelijke cliënten direct relevant.
- Diefstal of verduistering – zorgmedewerkers hebben vaak toegang tot de woning, bezittingen en financiën van kwetsbare mensen.
- Drugs – oneigenlijk gebruik of handel in geneesmiddelen of drugs is een expliciet risico in het zorgscreeningsprofiel.
- Afpersing en chantage – in een afhankelijkheidsrelatie met cliënten is dit een erkend risico dat Justis meeneemt in de beoordeling.
In de zorgrelatie kan sprake zijn van een (tijdelijke) afhankelijkheid. Het risico bestaat dat misbruik wordt gemaakt van die afhankelijkheid, waardoor het risico van onder andere zeden- en geweldsdelicten aanwezig is. Verder is het risico aanwezig van diefstal van goederen. Zorgverleners kunnen te maken krijgen met het voorhanden hebben van medische apparatuur en geneesmiddelen, waarbij het risico bestaat dat oneigenlijk of onjuist gebruik wordt gemaakt van die middelen.
Het subjectieve criterium: de belangenafweging
Vindt Justis strafbare feiten? Dan is de zaak nog niet beslist. Als laatste maakt Justis namelijk een belangenafweging: wat weegt zwaarder — het belang van de aanvrager bij het krijgen van de VOG, of het risico voor de samenleving als de VOG wordt afgegeven? Sommige strafbare feiten zijn voor de ene baan of stage wel een bezwaar, maar voor de andere niet.
Bij de beoordeling kunnen meerdere factoren een rol spelen, zoals de ernst, frequentie en het tijdsverloop van de misdaad. Hoe recenter, hoe ernstiger en hoe relevanter het feit voor de zorgfunctie, hoe groter de kans op weigering.
De terugkijktermijn in de zorg: hoe ver kijkt Justis terug?
Een cruciaal onderdeel bij de vraag wanneer je geen VOG krijgt in de zorg, is de terugkijktermijn. De terugkijktermijn is het aantal jaar dat Justis terugkijkt in jouw strafrechtelijk verleden bij de beoordeling van de VOG-aanvraag.
De standaard terugkijktermijn voor een VOG is 4 jaar. Voor de meeste functies geldt die standaardtermijn van vier jaar, maar bij risicovolle sectoren zoals de zorg kijkt Dienst Justis verder terug. Bijvoorbeeld bij het werken met kinderen geldt er een langere terugkijktermijn, omdat bescherming van kwetsbare mensen hier centraal staat.
Er zijn echter uitzonderingen die in de zorg bijzonder relevant zijn:
- Als er sprake is van seksuele misdrijven of terroristische delicten, geldt een onbeperkte terugkijktermijn. Dit betekent: een zedendelict van twintig jaar geleden kan nog steeds een weigering opleveren voor een zorgfunctie.
- Voor jongvolwassenen geldt een verkorte terugkijktermijn van twee jaar indien de jongvolwassene ten tijde van de aanvraag jonger is dan 23 jaar en geen seksuele misdrijven, terroristische delicten, ernstige geweldsdelicten of misdrijven die worden beschouwd als ondermijnende (drugs)criminaliteit in het Justitieel Documentatiesysteem geregistreerd heeft staan.
- Justis kan afwijken van de terugkijktermijn en de VOG-aanvraag weigeren op basis van justitiële gegevens buiten de van toepassing zijnde terugkijktermijn. Dit kan als de aard en ernst van het justitiële gegeven zodanig zijn dat het risico voor de samenleving te groot wordt geacht bij afgifte van de VOG.
In uitzonderlijke gevallen kan Justis ook strafbare feiten buiten de terugkijktermijn meewegen, als die zó ernstig van aard zijn dat ze alsnog als risico worden gezien voor de functie.
Het verscherpt toetsingskader: extra streng voor de zorg
De zorg kent soms een verscherpt toetsingskader voor bepaalde antecenten zoals seksuele of terroristische misdrijven. Dit is een extra strenge beoordelingswijze die geldt voor functies waarbij sprake is van een gezags- of afhankelijkheidsrelatie met kwetsbare personen.
Indien je een functie ambieert waarin anderen afhankelijk van je zijn, of wanneer je te maken hebt met kinderen, gehandicapten of ouderen, dan heb je te maken met het verscherpt toetsingskader.
Binnen het bestaande wettelijk kader worden bij VOG-aanvragen voor functies waarin sprake is van een gezags- of afhankelijkheidsrelatie of op een locatie waar zich kwetsbare personen bevinden, politiegegevens betrokken ter inkleuring van aanwezige justitiële gegevens. Dit betekent dat Justis in bepaalde gevallen ook kán kijken naar wat er in de politiesystemen staat, ook als er geen formele veroordeling heeft plaatsgevonden.
Een praktijkvoorbeeld maakt dit duidelijk: in een zaak van de rechtbank Rotterdam ging het om een persoon die een VOG had aangevraagd voor een functie als docent, vrijwilliger bij een sportclub en medewerker van een kinderopvang. Deze persoon was in het verleden vervolgd voor ontucht met een minderjarige en het bezit van kinderporno. Dienst Justis besloot af te wijken van haar eigen beleidsregels en de VOG toch te weigeren, wat de rechtbank juridisch goedkeurde.
Cijfers: hoe vaak wordt een VOG in de zorg geweigerd?
Ter geruststelling: een weigering is de uitzondering, niet de regel. In 2024 wordt slechts 0,18% van alle reguliere VOG-aanvragen geweigerd. Van de mensen mét een strafblad ontving toch nog 98,8% een VOG.
Maar dat gemiddelde zegt weinig over jouw individuele situatie. Als je geen strafblad hebt, krijg je altijd een VOG. Heb je in het verleden strafbare feiten gepleegd die niet gerelateerd zijn aan jouw werk in de zorg? Dan is de kans groot dat je toch een VOG kunt krijgen.
Het risico op weigering is het hoogst wanneer er recente, relevante feiten zijn die direct verband houden met de risicogebieden van het zorgscreeningsprofiel. Een eenmalig en niet-relevant feit leidt vaak niet tot problemen. Meerdere vergelijkbare delicten verhogen het recidiverisico en verkleinen zo de kans op een VOG.
Wat doe je als je VOG in de zorg wordt geweigerd?
Een weigering is niet het einde van het verhaal. Het proces verloopt in een aantal stappen, en op elk moment kun je actie ondernemen.
Stap 1: Het voornemen tot afwijzing en de zienswijze
Als Justis strafbare feiten vindt, kan zij besluiten de VOG voorlopig niet af te geven. Dit heet een ‘voornemen tot afwijzen’. Als je een dergelijk voornemen ontvangt, kun je hierop reageren door het indienen van een zienswijze. Hierin laat je weten waarom je het oneens bent met de beslissing. Justis neemt jouw zienswijze mee in de definitieve beoordeling.
De zienswijze moet worden ingediend binnen 2 weken na de dagtekening van de voorlopige beslissing. Dit is een hele korte termijn — wacht dus niet. In de zienswijze kun je wijzen op persoonlijke omstandigheden, het tijdsverloop, het ontbreken van recidive en de aard van de functie in relatie tot het strafbare feit.
De zienswijze is van belang omdat Justis tot dat moment vaak alleen nog is uitgegaan van het objectieve criterium — de registraties uit het Justitieel Documentatiesysteem. Meer informatie is er vaak niet. Het subjectieve criterium bevat de meer individuele omstandigheden die Justis nog niet heeft, en die jij via een zienswijze kenbaar moet maken. Omdat dit een belangrijke fase is, is hulp van een specialist aan te raden.
Stap 2: Bezwaar maken na definitieve afwijzing
Tegen de definitieve afwijzing kun je bezwaar maken. Het bezwaarschrift moet je binnen 6 weken na de datum van de beslissing indienen. Dit kan digitaal of schriftelijk.
Op de website van Dienst Justis zijn geen cijfers gepubliceerd over het succespercentage van bezwaarschriften, maar uit eerder onderzoek bleek dat 27% van de bezwaarschriften gegrond werd verklaard. Vaak hoeft het niet eens tot een bezwaarschrift te komen — een goed geschreven zienswijze is soms al voldoende om alsnog een VOG te krijgen.
Stap 3: Beroep bij de rechter
Als het COVOG jouw bezwaar ongegrond verklaart, kun je binnen 6 weken in beroep bij de bestuursrechter. De rechter toetst of Justis zorgvuldig heeft gehandeld en of de afweging tussen het objectief en subjectief criterium juist is gemaakt. Tegen de uitspraak van de rechtbank kun je in hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State — de hoogste bestuursrechter.

